Actueel
Jaar 2011 | Jaar 2010 | Jaar 2009 | Jaar 2008 | Jaar 2007 | Jaar 2006
Persbericht april 2011
Op 26 april organiseert de Stichting Eerherstel Oorlogsslachtoffers Curaçao (SEOC) op begraafplaats Kolebra Bèrdè te Willemstad de herdenking van de Aprilmoorden ...lees verder
Herdenking moord op 15 critici op Curaçao
De april moorden
Op 26 april organiseert de Stichting Eerherstel Oorlogsslachtoffers Curaçao (SEOC) op begraafplaats Kolebra Bèrdè te Willemstad de herdenking van de Aprilmoorden van 1942. Negenenzestig jaar geleden werden op 20 april vijftien stakende Shell-arbeiders gedood door de Nederlandse autoriteiten en anoniem begraven in een massagraf. De SEOC zorgt ervoor dat deze wandaad en de slachtoffers ervan niet vergeten worden. Dit jaar staat de herdenking in het teken van twee bijzonder verzoeken aan de regering van Curaçao.
De begraafplaats Kolebra Bèrdè, die door de SEOC is gerestaureerd, is inmiddels een Nationaal Monument. Bij gelegenheid van de herdenking van dit jaar doet de SEOC een beroep op de Curaçaose regering om de verzwegen, trieste historische gebeurtenissen van 20 april 1942 te eren door die dag van de Aprilmoorden tot Nationale Herdenkingsdag uit te roepen. Daarnaast gaat de SEOC er dit jaar bij de Curaçaose autoriteiten op aandringen om een beroep te doen op de Nederlandse regering. De nabestaanden van de vermoorde stakers weten nog steeds niet wat er met hun familieleden is gebeurd, omdat ze nooit opgezocht zijn. Alleen de Nederlandse overheid kan deze nabestaanden opsporen om hen de waarheid mede te delen omtrent de dood van hun dierbaren.
Achtergrond
De vermoorde arbeiders waren stokers en ander machine-personeel bij Shell-Curaçao. Deze zeelieden van Chinese komaf werkten veelal op de kleine olietankers die in de Tweede Wereldoorlog tussen Maracaibo (Venezuela) en de Shell olieraffinaderij op Curaçao heen en weer voeren. Deze slecht beveiligde, verouderde en slecht onderhouden schepen vormden een makkelijk doelwit voor de Duitse U-boten. Op 25 februari 1942 gingen daarom ruim 400 schepelingen van Shell in staking tegen de mensonwaardige en levensgevaarlijke omstandigheden waaronder ze hun werk moesten doen. Het optreden tegen deze stakers was meedogenloos, omdat de autoriteiten vonden dat de olieproductie voor de oorlog tegen de Duitsers onder geen beding gevaar mocht lopen. Bij een poging om de staking te breken werden op 20 april 1942 vijftien stakers doodgeschoten door de militaire politie. Ze werden anoniem begraven op het ‘kerkhof van schande’ waar volgens de canonieke regels zondaars en ongedoopten moesten worden begraven. Na de oorlog is er nooit een onderzoek naar de toedracht van deze tragedie gedaan. Het bloedbad moest meteen in de doofpot.
In 2003 hebben de SEOC en de bisschop van de Nederlandse Antillen (Luis Secco) van Kolebra Bèrdè een herdenkingsplek gemaakt en de stakers hun identiteit teruggegeven. Nu gaat de strijd verder. De Aprilmoorden moet de status van een Nationale Herdenkingsdag krijgen. Volgens SEOC-voorzitter Nizaar Makdoembaks zal er door zo'n dag in te stellen meer waardering komen voor de zeer belangrijke en cruciale rol die Curaçao bij de bevrijding van Europa en Noord-Afrika in WO II heeft gespeeld. De bevoorrading van de troepen met de olie uit de raffinaderijen van Aruba en Curaçao – toen de grootste ter wereld – is doorslaggevend geweest voor de overwinning van de geallieerden.
Contact
Stichting Eerherstel Oorlogsslachtoffers Curaçao:
Drs. Nizaar Makdoembaks, voorzitter
Tel 0031 6 53725020
Persbericht 07 april 2011
Stichting Rechtsbescherming Gezondheidszorg Allochtonen (SRGA) Amstelveen. Abortus maskeert kindermisbruik ...lees verder
Abortus maskeert kindermisbruik
SRGA DOET BEROEP OP MINISTER VAN JUSTITIE
De Stichting Rechtsbescherming Gezondheidszorg Allochtonen (SRGA) doet wederom een beroep op de Minister van Justitie en het Parlement om het wettelijk mogelijk te maken dat abortusweefsel, verkregen na een abortus bij een minderjarig meisje, voor langere tijd te laten opslaan als bron voor eventueel DNA-onderzoek.
Via het ANP kwam op 6 april jl. (www.nu.nl) het volgende bericht naar buiten:
¨Staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie) heeft een wetswijziging naar de Tweede Kamer gestuurd. Minderjarigen kunnen dan bij zedenmisdrijven gedwongen worden celmateriaal af te staan af te staan voor DNA-onderzoek. Daarmee kan ook langere tijd na het misbruik vastgesteld worden of de verdachte een familielid van het slachtoffer is.¨
De SRGA vraagt de Minister van Justitie om deze wetswijziging uit te breiden naar minderjarige allochtonen die een abortus provocatus lege artis (apla) ondergaan. Nizaar Makdoembaks, voorzitter van de SRGA en voormalig huisarts in de Bijlmer, stelt dat dergelijke ongewenste zwangerschappen bij de minderjarige allochtonen uit zijn huisartsenpraktijk vaak het gevolg waren van verkrachting. Daartegen kon echter zelden tot nooit worden opgetreden omdat het DNA-bewijsmateriaal, het zgn. apla-weefsel al vernietigd was.
Makdoembaks heeft in twee publicaties (Geheime abortus maskeert kindermisbruik en Slavinnen van God) vele jonge minderjarige zwangeren beschreven die slachtoffers waren van incest en verkrachting. De daders werden zelden opgespoord omdat er geen bewijs was. Het apla-weefsel werd, zoals te doen gebruikelijk is, direct na de abortus al vernietigd.
In 2010 heeft de SRGA er al bij de Minister van Justitie op aangedrongen om het wettelijk mogelijk te maken dat abortusweefsel, verkregen na een abortus bij een minderjarig meisje, voor langere tijd opgeslagen wordt. De SRGA kreeg destijds van de Minister nul op het rekest (kenmerk 163638 en 151752/09/AS) en hoopt dat haar voorstel nu, bij deze wetswijziging van staatssecretaris Teeven, wel meegenomen kan worden.