Jaar 2011 | Jaar 2010 | Jaar 2009 | Jaar 2008 | Jaar 2007 | Jaar 2006
Inspectie spaart abortuskliniek bij onderzoek kindermishandeling. ...lees verder
Ook abortusklinieken niet alert op kindermishandeling
In het vandaag verschenen onderzoeksrapport van de inspectie naar herkenning van kindermishandeling door medisch personeel blijkt dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) in gebreke is gebleven. De IGZ dient alsnog een onderzoek te doen naar herkennen van kindermishandeling door personeel van abortusklinieken.
Kindermisbruik
Seksueel misbruik van een minderjarige is een vorm van kindermishandeling. Naast ziekenhuizen spelen vooral abortusklinieken een belangrijke rol bij het ontdekken van kindermishandeling c.q. kindermisbruik. Artsen van Amsterdamse abortusklinieken zien kindermishandeling vaak over het hoofd als een door een volwassene seksueel misbruikt kind zich laat aborteren. Als abortusklinieken in gebreke blijven, komt de inspectie met maatregelen. Echter heeft de IGZ deze abortusklinieken niet betrokken in hun onderzoek naar herkenning van kindermishandeling door personeel van de eerste hulp in Nederlandse ziekenhuizen. Hierdoor zullen maatregelen achterwege blijven.
Amsterdam
Het aantal zwangerschapsafbrekingen bij minderjarigen in de hoofdstad stijgt. Zo is er bijvoorbeeld in de periode 1996 tot 1998 in alle klinieken in de hoofdstad bij ruim 212 Amsterdamse 14- en 15-jarigen een abortus uitgevoerd. In één Amsterdamse kliniek bedroeg het aantal abortussen 212 in 2000 tot 2002 bij meisjes van 12 tot en met 16 jaar. De meerderheid van deze groep komt uit Amsterdam-Zuidoost en Amsterdam-West.
Abortusklinieken
De Amsterdamse arts Nizaar Makdoembaks, analyseerde tientallen uitgevoerde abortussen bij kinderen en tieners uit zijn huisartsenpraktijk in Amsterdam-Zuidoost in de periode tussen 1993 en 2004. Deze studie draagt aanwijzingen aan dat in Amsterdam jaarlijks bij ruim de helft van de minderjarige geaborteerden sprake geweest zou kunnen zijn van seksueel misbruik binnen de familie of vriendenkring. De studie bevat retrospectief dossieronderzoek van vrouwen die abortus hebben ondergaan. Het betreft 5300 vruchtbare vrouwen waaronder ruim 200 tieners jonger dan 15 jaar. Het onderzoek beschrijft casussen van vele minderjarige incestslachtoffers en op andere wijze misbruikte kinderen die een abortus hebben ondergaan. De informatie en feiten uit de eigen praktijk zijn aangevuld met gegevens uit interviews met slachtoffers en tevens met gegevens uit vakbladen, literatuur en media.
Publicatie: Geheime abortus maskeert kindermisbruik
Oorlog op vijf continenten miskent leed Rotterdamse Chinezen. ...lees verder
Chinese Rotterdammers zijn ook nieuwe Nederlanders
De herinnering aan de Tweede Wereldoorlog is deel van de Nederlandse identiteit geworden. Deze oorlog heeft ook de Rotterdammers van Chinese afkomst hard getroffen. Maar in de onlangs door het NIOD gepubliceerde studie Oorlog op vijf continenten blijft dit feit onderbelicht. De Stichting Eerherstel Oorlogsslachtoffers Curaçao is van mening dat een aanvulling op de bijstelling van het historische beeld door het NIOD op zijn plaats is.
Familie van deze Rotterdamchinezen lagen in een militaire frontlinie in de Cariben (Curaçao). Vijftien dierbare familieleden zijn door de Nederlandse autoriteiten op Curaçao omgebracht en anoniem begraven. Nazaten van deze slachtoffers in Rotterdam en China zijn tot heden niet geïnformeerd over het lot van deze arbeiders van de Koninklijke Shell. Een gemiste kans voor het NIOD om deze vergissing alsnog goed te willen maken. Onderstaand de lijst van de slachtoffers die nog nimmer door de media is gepubliceerd.
15 aprildoden
Honderden Chinese stokers uit Rotterdam gingen in vredestijd naar de Nederlandse Antillen. In de Tweede Wereldoorlog waren ze werkzaam op de onder Nederlandse vlag varende Shell-tankers van het traject Curaçao – Meer van Maracaïbo (Venezuela). Na het uitbreken van de oorlog werden zij in 1941 door de Nederlandse autoriteiten verplicht om voor de olie-industrie van Shell op Curaçao door te werken.
Vijftien weerloze Rotterdamse Chinese arbeiders van de Koninklijke Shell Curaçao werden door de politie onder verantwoordelijkheid van de Nederlandse gouverneur Wouters op 20 april 1942 in koelen bloede doodgeschoten en anoniem begraven op Curaçao.
Ondanks het feit dat de identiteit van de onderstaande slachtoffers bekend was, zijn ze anoniem begraven op Kolebra Bèrdè tussen criminelen, zwervers, prostituees en heidenen
| Naam | Geboortejaar | Geboorteplaats |
| 1. Nhu Che Lin | 1913 | Anhwei |
| 2. Yu Sio Kan | 1903 | Cheiang |
| 3. Lan Chun | 1897 | Kwantung |
| 4. Tchou Zao | 1886 | Foochow |
| 5. Huang Yu Seng | 1894 | Kwantung |
| 6. Chong Fat | 1897 | Kwantung |
| 7. Lee Chuan | 1897 | Kwantung |
| 8. Kaung King | 1902 | Kanton |
| 9. Wang Ah Kuo | 1896 | Fukiun |
| 10. Au Liang | 1895 | Kwantung |
| 11. Asu Sen Cheng | 1901 | Chekiang |
| 12. Chan Yam Si | 1908 | Kanton |
| 13. Feng Che Ying | 1905 | Chekiang |
| 14. Chong Ming | 1888 | Kwantung |
| 15. Low Nam | 1908 | Fukiun |
APS: Verwijsindex Antillianen geen idee van Verdonk. ...lees verder
Het NRC Handelsblad berichtte op 3 september j.l. dat de door de Raad van State toegestane ‘Verwijsindex Antillianen een idee is van oud-minister Verdonk.’
Nizaar Makdoembaks, voorzitter van de Stichting Eerherstel Oorlogsslachtoffers Curaçao (SEOC) spreekt dit tegen.
Op 8 september 1998 stelde de Amsterdamse wethouder Jaap van der Aa (Minderhedenbeleid, PvdA) in een raadscommissie voor om overlastgevende Antillianen verplicht te laten registreren. Het voorstel viel in goede aarde bij burgemeester Patijn en raadsleden (Het Parool, 9 september 1998).
Registratie goedkoper
Van der Aa: “Deze groepen zouden geholpen zijn als ze zich zouden melden. We kunnen scholing en opvang bieden. We zouden deze mensen moeten opsporen, maar dat is een stuk duurder” (Het Parool, 5 september 1998).
Meer informatie:
SEOC
Nizaar Makdoembaks
Tel.: 06 537 25 020
APS: Gelijke patiënten ongelijk behandeld. ...lees verder
Bijlmerramp toont verkeerd imago In het buitenland heeft Nederland een beeld dat niet correspondeert met de werkelijkheid. In ons land worden zwarte landgenoten systematisch achtergesteld in hun maatschappelijke ontwikkeling. Dit bleek nog in de jaren negentig na de Bijlmervliegramp, zo toont de Surinaamse arts-onderzoeker Nizaar Makdoembaks aan in een studie van zijn hand.
Misleiding AMC Psychiatrie
Dokter Makdoembaks was tussen 1984 en 2004 vele jaren werkzaam als huisarts in de Bijlmer. Hij ondervond allerhande onrechtvaardigheid in deze armoedige zwarte achterstandswijk en bracht deze in de openbaarheid. Ook na de Bijlmerramp van 4 oktober ’92 werd Makdoembaks geconfronteerd met verschillende incidenten. In een publicatie in 2007 (Hoogleraren en gemeente misleiden lotgenoten Bijlmervliegramp) beschrijft hij de misleiding door onderzoekers van de afdeling psychiatrie van het AMC van psychisch getraumatiseerde kinderen. Een subsidie van een miljoen gulden die gegeven was voor onder meer onderzoek van de psychische gevolgen en de nazorg van kinderen na de Bijlmerramp, kreeg een andere bestemming. De kinderen zijn niet meer onderzocht. Een ander voorbeeld is het feit dat, na de ramp, geen gehoor werd gegeven door Schiphol en burgemeester Ed van Thijn aan het verzoek van de Bijlmerinwoners om tijdelijk niet door laagvliegende vliegtuigen aan het drama herinnerd te worden. Twee jaar later bereikte dezelfde burgemeester met directeur Smit van Schiphol wel een akkoord over het staken van het vliegen boven de rijkere binnenstad van Amsterdam.
Tuchtcollege
Een andere kwestie enkele weken na de vliegramp ging over Surinaamse en Ghanese slachtoffers. Ze kregen een extra psychische dreun van hun Bijlmer huisarts Henk Bond. De autochtone Bond beschuldigde hen in Het Parool van fraude met ziekenfondskaarten en van nephuwelijken. Ook ageerde Bond tegen de oprichting van een centrale doktersdienst buiten kantooruren voor de Bijlmerinwoners. De Surinaamse huisarts Makdoembaks vond hem en anderen, racistisch waarna Bond hem door het Amsterdamse Medisch Tuchtcollege liet schorsen.
Illegalen
Het kwam volgens Makdoembaks regelmatig voor dat het AMC en de ambulancedienst van de GGD onverzekerde zieken weigerden, ook in acute noodsituaties. De gezondheidsklachten van de Bijlmer inwoners in de jaren na de ramp, werden in eerste instantie niet in verband gebracht met het neergestorte El Al-toestel.
Open-TBC niet behandeld
Na de Bijlmerramp was het een hels karwei om een spoedpatiënt uit de Bijlmer opgenomen te krijgen. Vaak gaf het AMC onnodig aan, dat geen bedden vrij zouden zijn. Ook de tussen de legalen wonende illegale familieleden met ernstige verschijnselen van mogelijke open longtuberculose, die dr. Makdoembaks doorverwees, werden door het AMC niet opgenomen. Ook kregen zij van de artsen van de hoofdstedelijke GGD geen medicijnen tegen TBC. Tenslotte toont dr. Makdoembaks aan dat de specifieke medische vraagstukken van de islamitische gemeenschap in de Bijlmer na de ramp door de regionale huisartsen en het ziekenhuis werden genegeerd. Vóór de vliegramp was er in het AMC geen wachttijd voor de religieuze besnijdenis van moslimjongens uit de Bijlmer. Na de ramp kregen ouders te maken met een wachttijd van minstens één jaar.
Euthanasie
De Bijlmer raakte volgens Makdoembaks na 1992 steeds verder geïsoleerd. Als klokkenluider miste hij de steun van bijna alle collega’s. Zo erg zelfs, dat het hem niet lukte een tweede arts te vinden om een euthanasieverzoek zorgvuldig te doen plaatsvinden. Volgens afspraak met de zieke autochtone kankerpatiënt, verrichtte hij de levensbeëindiging zonder een tweede arts te consulteren. De Inspectie voor de Gezondheidszorg liet hem door het Tuchtcollege veroordelen. Een andere veroordeling door het Tuchtcollege leverde een boete van 1000 gulden op. Dit betrof de beschuldiging van Makdoembaks dat een subcomateuze 50-jarige Surinaamse illegale arbeider met een hersenbloeding overleed omdat hij pas na bijna 2 uur door de ambulance in het AMC werd gepresenteerd.
Uiteindelijk: verbeteringen in gezondheidszorg
SCEN
De drie tuchtzaken leiden uiteindelijk juist tot verbeteringen in de gezondheidszorg. Zijn straf in de euthanasiezaak leidt tot de oprichting van de SCEA: Steun en Consultatie bij Euthanasie in Amsterdam. In 1997 neemt de artsenorganisatie KNMG de formule van de SCEA over. Het SCEN-project wordt opgezet. De SCEN (Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland) geeft (huis)artsen de mogelijkheid om bij een ervaren collega informatie en advies in te winnen over zaken rondom euthanasie. Ook is het hiermee mogelijk een tweede arts te vragen om als onafhankelijk consulent op te treden.
Stroke Service
Zijn tweede veroordeling levert een belangrijke gezondheidswinst op voor patiënten met een hersenbloeding, eerst voor de Bijlmerbewoners en later in alle grote steden. Patiënten met een beroerte krijgen eindelijk de status van spoedpatiënt en het AMC besluit in 1996 een Stroke Service te starten. Daarmee zijn patiënten met een beroerte voortaan overal verzekerd van een plaatsje in het ziekenhuis en hebben grotere kansen op overleving en goed herstel.
Veilige huisartsenpost
De derde veroordeling van dokter Makdoembaks, maakte het voor Inspecteur Ferdinand Johannes Biesenbeek dwingend om de artsen van de Amsterdamse Huisartsen Vereniging te overtuigen van de oprichting in 1998 van een veilige centrale Huisartsenpost voor buiten kantooruren voor de bewoners van Amsterdam-Zuidoost.
Besnijdeniscentrum
In 2001 gaf dr. Makdoembaks tenslotte de aanzet voor het oprichten van een besnijdeniscentrum in de Venserpolder (Bijlmer), waar de ingreep door speciaal opgeleide artsen plaatsvindt. Inmiddels is ook in negen andere steden een filiaal van dit centrum opgezet.
Titel
Gelijke patiënten ongelijk behandeld
Bijlmerramp toont verkeerd imago
Uitgeverij: Het tribunaal, Aantal pagina’s: 254, Prijs: € 34,50
Meer informatie:
Nizaar Makdoembaks
Tel.: 06 537 25 020
APS: Geheime abortus maskeert kindermisbruik. ... lees verder
Falend abortus- en SOA-beleid.
Met dit onderzoek van de Amsterdamse arts Nizaar Makdoembaks, gebaseerd op een analyse van zijn huisartsenpraktijk in de Bijlmer in de periode tussen 1993 en 2004, komt er voor het eerst wetenschappelijk inzicht in de oorzaken en achtergronden van kinderabortus en de hoge embryosterfte onder Surinamers en Antillianen in Amsterdam. De studie draagt aanwijzingen aan dat in Amsterdam jaarlijks bij ruim de helft van de minderjarige geaborteerden sprake geweest zou kunnen zijn van seksueel misbruik binnen de familie of vriendenkring. Het kabinet kan echte gezondheidswinst realiseren door aanvullende wetten te maken om het opzetten van kinderabortusklinieken en DNA-databanken mogelijk te maken en de behandeling van soa's evidence-based te laten plaatsvinden. De studie onderbouwt tevens de noodzaak voor een wijziging van de WAZ (Wet Afbreking Zwangerschap) en voor het screenen op een soa bij abortus en zwangerschapscontrole.
De studie bevat retrospectief dossieronderzoek van vrouwen die abortus hebben ondergaan. Het betreft 5300 vruchtbare vrouwen waaronder ruim 200 tieners jonger dan 15 jaar. Het onderzoek beschrijft casussen van vele minderjarige incestslachtoffers en op andere wijze misbruikte kinderen die een abortus hebben ondergaan en van vrouwen die later te maken krijgen met embryosterfte als gevolg van een soa-complicatie. De informatie en feiten uit de eigen praktijk zijn aangevuld met gegevens uit interviews met slachtoffers en tevens met gegevens uit vakbladen, literatuur en media.
In Amsterdam is er sprake van een verzwegen epidemie van een seksuele importziekte die erger is dan meisjesbesnijdenis. De autoriteiten gedogen de door immigranten meegenomen wijdverbreide cultuur van incest en kindermisbruik uit de West en Afrika. Slachtoffers raken zwanger en/of lopen een seksueel overdraagbare aandoening op. Het falende abortus- en soa-beleid is verantwoordelijk voor onvruchtbaarheid en hoge embryosterfte in latere jaren. Minderjarige tieners uit West-Afrika die in Amsterdam een abortus ondergaan kunnen ook het slachtoffer zijn van vrouwenhandel (als alleenstaande minderjarige asielzoekers) of van seksuele exploitatie door familie of bekende. Soms heeft het seksuele contact dat tot de zwangerschap leidde door een vreemde onder dwang plaatsgevonden. Uit angst voor de ouders of bende wordt er geen aangifte gedaan. Justitie is op de hoogte dat ontkenningen van slachtoffers heel gebruikelijk zijn in zaken rond vrouwenhandel, juist vanwege hun angst voor hun belagers.
'DOE GEEN AANGIFTE VAN VERKRACHTING!' lijkt het beleid van Amsterdamse abortusartsen te zijn. De politie raadt het soms zelfs letterlijk af. Aandacht van de media voor kindermisbruik in Nederland is minimaal. Abortusartsen gaan niet na of een ongewenste zwangerschap bij een minderjarige een gevolg is van seksueel misbruik. Tot overmaat van ramp vernietigen de medici het DNA-abortusweefsel (bewijs van een ernstig misdrijf) en doen ze geen screening op een ongewenste seksuele infectieziekte, waardoor zestienminners later veelvuldig met embryosterfte te maken krijgen.
Het aantal zwangerschapsafbrekingen bij minderjarigen in de hoofdstad stijgt. Zo is er bijvoorbeeld in de periode 1996 tot 1998 in alle klinieken in de hoofdstad bij ruim 212 Amsterdamse 14- en 15-jarigen een abortus uitgevoerd. In één Amsterdamse kliniek bedroeg het aantal abortussen 212 in 2000 tot 2002 bij meisjes van 12 tot en met 16 jaar. De meerderheid van deze groep komt uit Amsterdam-Zuidoost en Amsterdam-West.
Begin 2008 berichtten Unicef en Defence for Children International onder meer dat Nederland tekortschiet bij de aanpak van kindermishandeling. Het kabinet kan echte gezondheidswinst realiseren door aanvullende wetten te maken om het opzetten van kinderabortusklinieken en DNA-databanken mogelijk te maken en de behandeling van soa's evidence-based te laten plaatsvinden.
De studie onderbouwt tevens de noodzaak voor een wijziging van de WAZ (Wet Afbreking Zwangerschap) en voor het screenen op een soa bij abortus en zwangerschapscontrole.
Titel
Geheime abortus maskeert kindermisbruik
Hoge embryosterfte door falend soa-beleid
Download deze publicatie (
pdf document, 11 Kb )
APS: PvdA-voorloper liet vakbondsleider gek verklaren. ... lees verder
Dissidente SDAP’er Louis Doedel slachtoffer koloniale psychiatrie.
Het Koningin Wilhelminabrugincident
De Surinamer Louis Doedel was actief lid van de Nederlandse SDAP, de voorloper van de Partij van de Arbeid, en kwam in de crisisjaren op voor werklozen en kleine boeren op Curaçao en in Suriname. Dit werd hem niet in dank afgenomen. Onder het mom van een verkeersovertreding op de Koningin Wilhelminabrug liet landvoogd Van Slobbe hem van Curaçao verwijderen. Hij werd door het Surinaamse koloniaal bestuur met medewerking van de Nederlandse regering opgeborgen in een psychiatrische inrichting, waar hij na 43 jaar eenzame opsluiting stierf.
Bewindslieden in Nederland, Curaçao en Suriname alsmede psychiaters ontnamen vakbondsleider Louis Alfred Gerardus Doedel zijn rechten en maakten zich schuldig aan fraude, valsheid in geschrifte en machtsmisbruik. Leugens van minister De Graaff van Koloniën en het lakse gedrag van de SDAP en de Tweede Kamer die niet geïnteresseerd waren in het Surinaamse lid van de partij maakten het gerechtvaardigde verzet van Doedel onschadelijk. De koloniale psychiatrie deed het vuile werk en verleende hand en spandiensten aan het bewind om deze politieke gevangene zonder vorm van proces voorgoed te laten opsluiten.
Nizaar Makdoembaks nam de geschiedenis van Louis Doedel als uitgangspunt voor een publicatie die feitelijk over koloniale dictatuur en racisme in de jaren dertig en veertig gaat en hoe de Nederlandse politiek, en met name de SDAP, daar mee omging. Deze verborgen geschiedenis in de vaderlandse politiek wordt door Makdoembaks aan het licht gebracht na analyse en interpretatie van feiten uit onder andere geheime rapporten van begin jaren dertig en gesprekken met mensen uit Doedel’s omgeving.
Het lukte Amnesty International in de jaren tachtig niet alle feiten boven tafel te krijgen. Deze publicatie presenteert die feiten wel. Makdoembaks hoopt daarmee de deur open te zetten naar een zeer gewenste rehabilitatie.
Titel
Psychiatrie – een dodelijk wapen tegen de dissidente SDAP’er Louis Doedel
Het Koningin Wilhelminabrug incident
Download deze publicatie (
pdf document, 26 Kb )
'Suriname en Antillen verkortten oorlog'. Onderzoeker pleit voor erkenning arbeiders. ... lees verder
De rol van Suriname en de Antillen in de Tweede Wereldorlog is onvoldoende erkend. Dat zegt onderzoeker Nizaar Makdoembaks, voorzitter van de stichting Eerherstel Oorlogsslachtoffers Curaçao. Hij zegt dat de oorlog jaren langer zou hebben geduurd zonder de bijdragen uit Suriname en de Antillen.
Bekend is dat de Surinaamse bauxiet-industrie en de olie-industrie op Curaçao en Aruba hebben bijgedragen aan de overwinning van de geallieerden. Maar Makdoembaks doelt vooral op de rol van de werknemers van deze sectoren.
De Tweede Wereldoorlog was voor de arbeiders in de toenmalige koloniën een harde tijd, zegt de onderzoeker. "De bauxietarbeiders in Moengo moesten lange werktijden maken. En het levensonderhoud werd in die periode 80 procent duurder."
Staking
Omdat de lonen niet omhoog gingen, brak er in januari 1942 een staking uit. "Die werd met geweld gebroken door de Amerikanen. Voor bauxiet deden ze alles, want de productie moest doorgaan." Hoewel het Amerikaanse leger niet bevoegd was om op te treden in Suriname, was de productie van bauxiet zo essentieel voor de oorlogsvoering, dat er toch werd ingegrepen. "De mensen werden allemaal ontslagen."
Historici hebben het belang van de industrieën in Suriname en op Curaçao en Aruba nooit onderkend. Volgens Makdoembaks werd die rol in de parlementaire enquête naar het beleid van de Nederlandse regering in Londen onder het tapijt geveegd. "Het werd systematisch tegengehouden bij de verhoren."
Hij denkt dat Nederland de schending van de mensenrechten in de overzeese gebieden niet naar buiten wilde brengen. "Dat zou een smet op het blazoen van Nederland betekenen. In Suriname moesten de joodse vluchtelingen uit Nederland wijken voor het bauxiet. We hadden duizenden vluchtelingen uit de gaskamers kunnen redden als Nederland niet tegengewerkt had."
Executie
Op Curaçao gebeurde iets vergelijkbaars. Daar werden vijftien Chinese arbeiders van Shell in 1942 geëxecuteerd. "Ze waren in staking gegaan omdat de veiligheidssituatie op de olieschepen niet goed geregeld was." De eisen van de Nederlandse officieren werden ingewilligd, terwijl de Chinese stakers werden opgesloten in Suffisant.
Omdat de olieproductie moest doorgaan, kreeg de gouverneur van de Nederlandse regering opdracht de staking te breken. Dat gebeurde ook hier met geweld, maar de vijftien doden werden in de parlementaire enquête niet onderzocht, aldus Makdoembaks. "Een onafhankelijk onderzoek werd tegengewerkt."
Makdoembaks vindt het een schande dat de rol van Suriname en Curaçao tijdens de jaarlijkse dodenherdenking en het bevrijdingsfeest in Nederland (4 en 5 mei) wordt onderbelicht. "Zonder Suriname en de Antillen zou de oorlog vijf tot tien jaar langer geduurd hebben." In het huidige negatieve klimaat ten opzichte van Antillianen en Surinamers, zou die rol de verdiende aandacht moeten krijgen. Daarom pleit hij voor de oprichting van een herdenkingsmonument in Suriname en het opknappen van het 'amateuristische' monument op Curaçao.
Caribische redactie http://antilliaans.caribiana.nl/innederland/car20080408_makdoembaks-oorlog
Erkenning gewenst van bijdragen door Suriname, Antillen en Indonesië aan overwinning Geallieerden. ... lees verder
Erkenning gewenst van bijdragen door Suriname, Antillen en Indonesië aan overwinning Geallieerden.
Werknemers in de bauxietindustrie in Suriname, de olie-industrie in Curaçao en in de scheepvaart in Oost-Indië hebben in de Tweede Wereldoorlog een grote bijdrage geleverd aan de overwinning van de Geallieerden. Bauxiet en olie waren essentieel als grond- en brandstof voor de vliegtuigen en ander materieel waarmee de oorlog werd gewonnen. Door de werknemers werd echter een hoge prijs betaald. Stakingen werden hardhandig de kop ingedrukt, met dodelijke gevolgen voor tientallen Chinese arbeiders en internering van honderden arbeiders in West- en Oost-Indië. Ook de opvang van Joodse vluchtelingen kwam in de knel. Duizenden Joden werd de toegang geweigerd tot Suriname en de Antillen omdat door de Nederlandse regering in ballingschap, onder aanvoering van de VS en Engeland, voorrang werd gegeven aan de productie van bauxiet en benzine in plaats van aan de opvang van de vluchtelingen in de overzeese gebiedsdelen.
Dit zijn de belangrijkste conclusies van een onderzoek door Nizaar Makdoembaks. Makdoembaks is voorzitter van de Stichting Eerherstel Oorlogsslachtoffers Curacao (SEOC) en was huisarts in Amsterdam Zuid Oost. Hij raadpleegde o.a. de verslagen van de Parlementaire Enquetecommissie 1940-1945 en de onderzoeken van Loe de Jong. Makdoembaks verzoekt op grond van nieuwe inzichten van de huidige Nederlandse regering een erkenning van de gebeurtenissen in Suriname, de Antillen en Indonesië en excuses voor de nog levende slachtoffers en hun nabestaanden.
Volgens het onderzoek van Makdoembaks zorgde de Nederlandse regering slecht voor de verdediging van bauxietmijnen en raffinaderijen in de overzeese Nederlandse koloniën en liet daarmee ook de arbeiders aan hun lot over. Stakingen van de werknemers tegen onrecht en misstanden in deze industriën werden met harde hand door het Nederlandse en het Amerikaanse leger onderdrukt. Dit leidde tot bloedvergieten met vele doden en gewonden.
Op het hoogtepunt van de oorlog produceerden de raffinaderijen op Curaçao (Shell) en Aruba (Lago) ongeveer 60.000 tot 80.000 ton olie per dag. Al voor de oorlog was duidelijk dat de raffinaderijen, indertijd de grootste ter wereld, in geallieerde handen moesten blijven. Onder geen beding mocht de productie van bauxiet en benzine lijden onder de gevolgen van de stakingen en de opvang van Joden. De VS en Engeland oefenden grote druk uit op de Nederlandse regering in ballingschap en gingen over tot bezetting van Suriname en Curaçao. Daarom talmden of weigerden de door koningin Wilhelmina benoemde gouverneurs van de bezette koloniën om de levens te redden van Nederlandse Joden die op de vlucht waren voor de nazi’s.
Met hun strategische grondstoffen, financiële middelen en locaties zorgden West- (Suriname, Curaçao, Aruba) en Oost-Indië er mede voor, dat de Nederlandse regering in ballingschap haar positie als middelgrote mogendheid in de wereld ook na de oorlog behield. Ook Oost-Indië hielp met ruim 378 miljoen gulden aan goud en 700 miljoen dollar (1940, 1941) aan rubber en tin Europa en haar koloniale gebiedsdelen bevrijden. In februari 1943 beschikte Nederlands-Indië nog over $ 472 miljoen en had Curaçao een oorlogswinst gemaakt van 20 miljoen guldens.
Nizaar Makdoembaks: “Surinaamse, Chinese en Indonesische slachtoffers van het Nederlands koloniaal bestuur hebben na zoveel jaren nu recht op correctie van de geschiedenisboeken en excuses en compensatie van de huidige regering. Veel (ex-)rijksgenoten uit West- en Oost-Indië ervaren het als grievend dat hun bijdrage bij de bevrijding van Europa en zijn koloniën in de vaderlandse geschiedschrijving zo weinig aandacht krijgt en dat zo eenzijdig feiten worden geïnterpreteerd.Mijn onderzoek, dat voor het grootste deel bestond uit studie van de acht deelrapporten (19 boekdelen) van de Parlementaire Enquêtecommissie 1940-1945, leidt tot schokkende interpretaties. Er zijn mensenrechten grof geschonden. De heersende situatie in WO II maakte het voor de koloniale regering mogelijk om de gebeurtenissen te censureren. Ook na de oorlog, met name tijdens het onderzoek van de Parlementaire Enquêtecommissie Regeringsbeleid 1940-1945, is censuur gepleegd op essentiële feiten over de schending van de mensenrechten van de inheemse West- en Oost-Indische stakers.
In 1942 trachtten inheemse- en contractarbeiders in de olie- en bauxietindustrie en de scheepvaart in de Koloniën zich door werkweigering te bevrijden van de restverschijnselen van de slavernij uit de koloniale tijd. De stakingen werden door Nederland en de machtige Amerikaanse bezetter gebroken. Op Curacao zijn 15 ongewapende Chinese stakers van Shell doodgeschoten in het gevangenenkamp Suffisant. Een onafhankelijk onderzoek werd door Nederland geweigerd. De lijkschouwingen zijn destijds verricht door artsen van het Elizabeth Ziekenhuis te Willemstad. De Parlementaire Enquêtecommissie Regeringsbeleid 1940-1945 heeft een rechtszaak van dit drama voorkomen. De medische rapporten waren voor de autoriteiten en politici opmerkelijk genoeg nooit onderwerp van discussie. Zij liggen anoniem begraven op Erebegraafplaats Kolebra Bèrdè in de wijk Cas Chiquito te Willemstad. Het verval van deze begraafplaats is tot nu toe met eigen beperkte middelen gestuit door de SEOC maar er moet nog veel werk worden verzet om het een waardevol herdenkingsmonument te maken. Nederland kan helpen bij een professionele renovatie en restauratie van de gehele begraafplaats.”
Titel
Goelag in de Indische Archipel
Joden en stakers in 1942 staatsvijanden van het Koninkrijk der Nederlanden
Download deze publicatie (
pdf document, 21 Kb )
Met de medisch ethische normen bij medische experimenten is het niet goed gesteld in Amsterdamse ziekenhuizen. Alleen de Tweede Kamer zou het geschonden vertrouwen in de medische stand nog kunnen herstellen. ... lees verder
APS: Medici plegen illegale experimenten op laaggeschoolde zwarten
Filmopnamen en bloed aftappen bij Afro’s mag zonder toestemming in Amsterdam
Met de medisch ethische normen bij medische experimenten is het niet goed gesteld in Amsterdamse ziekenhuizen. Alleen de Tweede Kamer zou het geschonden vertrouwen in de medische stand nog kunnen herstellen.
Artsen van een groot ziekenhuis in Amsterdam hebben afgelopen jaar tijdens operatie onder narcose illegaal beeldmateriaal vervaardigd van longpatiënt de heer G.H. Het komt ook regelmatig voor dat er in hoofdstedelijke ziekenhuizen bloed van zwarte laaggeschoolde Amsterdammers zonder hun toestemming wordt afgetapt voor medische experimenten. De wetenschappers weten niet van ophouden met onzorgvuldig handelen. De GGD Amsterdam heeft aangekondigd dit jaar onderzoek uit te voeren met bloed, dat verzameld is bij zwangere vrouwen in Amsterdam in de periode 1995-2007. De GGD heeft zich niet schriftelijk gewend tot de vrouwen van wie het te onderzoeken bloed afkomstig is met het verzoek om toestemming tot het gebruik van dat bloed. Ook op illegale zieke Ghanezen en op kinderen in een procedure voor een verblijfsvergunning uit de Bijlmer worden in ruil voor gratis behandeling medisch riskante experimenten uitgevoerd.
Bovenstaande kwesties hebben belanghebbenden afgelopen tijd bij de Stichting Rechtsbescherming Gezondheidszorg Allochtonen (SRGA) aangekaart met het verzoek het recht te laten spreken om herhaling te voorkomen. Met behulp van de gangbare procedures en zelfs juridische wegen is het de SRGA niet gelukt om de slachtoffers van dienst te zijn.
De artsen van het Amsterdamse ziekenhuis weigeren de longpatiënt al het onrechtmatig verkregen beeldmateriaal ter vernietiging te overhandigen en excuses aan te bieden. De rechter laat de GGD Amsterdam geen strobreed in de weg en de illegalen laten zich maar als proefpatiënten gebruiken voor een medische trial.
De SRGA, de longpatiënt en zijn moeder en de hoofdstedelijke allochtonen zijn ten einde raad en zouden het op prijs stellen als de Tweede Kamer hun afgenomen vertrouwen in de medische stand zou willen herstellen.
Noot voor de redactie:
Meer informatie Nizaar Makdoembaks, voorzitterStichting Rechtsbescherming Gezondheidszorg Allochtonen en Solidariteit Zuidoost - Tel 06 537 25 020
ANP Pers Support is een joint venture van het ANP en PR Newswire www.perssupport.nl
Download deze publicatie (
pdf document, 19 Kb )